Ik zou eigenlijk iets schrijven over onze President. Over de tijd toen hij iets jonger was en voor korte tijd het gezicht was van het systeem dat besliste over het lot van ons land en haar inwoners.
De tijd toen door ergere omstandigheden dan vandaag toiletpapier aan beide zijden gebruikt moest worden maar wij toch Staatsolie, Telesur, SOGK, SZF en weet ik wat nog meer kregen. Vrouwen mochten toen ook eindelijk zonder toestemming van hun echtgenoot dingen doen. En als klap op de vuurpijl begonnen we uit onze eigen grondstoffen tegels, glazen, zeep, enz… te maken. En dit allemaal in een eufemistisch gezegd “gewelddadige tijd”.
Wat ik zou schrijven is dat onze President op grond van deze historie en zijn jarenlange pleidooi voor de ontwikkeling van de Surinaamse mens, van heel veel het voordeel van de twijfel gekregen heeft en daardoor in 2010 aan zijn presidentiële carrière mocht beginnen. En dat hij zich onsterfelijk kon hebben gemaakt door na al de zware lessen eindelijk dingen te doen die voormalige besturen van dit land hebben nagelaten. En vooral na te laten wat die voormalige besturen hebben gedaan.
Nu maakt hij zich ook onsterfelijk. Onsterfelijk belachelijk.
Want ondanks al de mooie praat en veel belovende tekenen, heeft hij precies gedaan wat de vorige bestuurders gedaan hebben. Misschien in een iets andere vorm gegoten, waardoor het allemaal zo anders lijkt. Maar daar schrijf ik nu niet over. Over partijpolitiek waarmee hij zou afrekenen, maar waarvoor zijn partij nieuwe standaarden heeft neergezet. Over het inzetten van deskundigen maar waar hij iemand die economie gestudeerd heeft, een schoolmeester en een carrière ambtenares het beleid laat uitmaken op het gebied van Natuurlijke Hulpbronnen en Energie. En die natuurlijk van wat rommel een grote rotzooi maken. Over de grote investeringen in onderwijs, maar waar hij de Bond van Leraren net als zijn voorgangers weer eens de gelegenheid geeft de toch al fragiele onderwijskwaliteit nog verder omlaag te halen. Nee, daar schrijf ik niet over.
Waar ik wel over schrijf is precies deze Bond van Leraren. Over de belangrijke groep van mensen die enkel en alleen van zich laat horen wanneer hun koopkracht in gedrang komt. Die het durft in een tijd waarin wij allemaal de broekriem moeten aantrekken om meer geld te vragen. Die dat al eerder gedaan heeft en als antwoord op de vraag van waar dat geld moet komen maar vond “dat het uit de mijnbouwsector moest komen”.
Want de kinderen die zij opvoeden en kennis bijbrengen mogen straks lucht happen als al de grondstoffen zijn verkocht om hun opvoeders en leraren meer geld te kunnen geven. Dezelfde Bond van Leraren die het prima vindt dat ongekwalificeerde leerkrachten voor de klas staan. Of die niets van zich liet horen toen er ministers van Onderwijs kwamen waarvan wij ons allen afvroegen of deze zelf wel voldoende onderwijs genoten hadden. En het gerommel met schoolboeken uit Nederland, dat ons allen heel veel geld gekost heeft, gewoon over zich heen liet komen. Daarover schrijf ik vandaag.
Over de mensen die het hoger onderwijs al vele jaren van twijfelachtige producten voorzien en daardoor zorgen voor enorme opstoppingen, teleurstellingen en frustraties. Om over de vele bijlessen welke kinderen moeten volgen nog maar te zwijgen. De Bond van Leraren die dan ook nog durft om naar het uiterste middel te grijpen wanneer ze geld dat er niet is, niet krijgen. Over hen schrijf ik.
Terwijl ik wou schrijven over de President. Die mijns inziens nog steeds de right man on the right place kan zijn. Niet gehinderd door starre principes maar flexibel meegaat met veranderingen. Als enige tussen hen die zich daarboven bevinden waar het licht is, een nationale uitstraling heeft. Ik zou schrijven dat hij eindelijk eens de daad bij zijn eigen woord moet voegen en doen wat goed is voor het land en niet per se voor hem. Dat hij eens verder moet kijken dan wat hij ziet.
En moet begrijpen dat het Godsonmogelijk is dat een land letterlijk goud voor het oprapen heeft, maar niet eens voldoende medicijnen voor haar zieken kan kopen. Maar vooral dat dit goud zal blijven waar het is zolang hij niet begrijpt dat de eerste eigen goudmijn al jaren een feit zou zijn als hij zich niet had laten verleiden tot de alles vernietigende partijpolitiek. Want dan worden je gouden bergen beloofd maar krijg je stenen in de plaats.
Ik zou schrijven dat er mensen zijn die capabel genoeg zijn om dit land te halen uit de afgrond en die een begin kunnen maken met de duurzame welvaart waar iedereen al generaties naar smacht. Maar dat deze niet bij hem in de buurt kunnen komen en zeker niet in de buurt zijn van hem, zijn politieke mede- of tegenstaanders. Sommigen willen dat niet eens. Want zijn omgeving is niet zo schoon en ze zijn bang voor besmetting.
Maar over al deze dingen schrijf ik nu niet.
Columnist: Rogier I. Cameron
