Oppositie klaagzang

Verschenen op unitedmagazine.sr op 20 april 2016. In Suriname is alles de schuld van het vorige bewind.

Het is bijna een mantra geworden. De Algemeen Geldende Reden voor de zoveelste financieel ellende waarin de bevolking van dit land verkeerd: “de ongebreidelde uitgaven van de vorige regering en de corruptie die de ergste vormen ooit heeft aangenomen.”

Als je zo een verkondiger van dit evangelie vraagt van waar hij/zei deze wijsheid vandaan heeft, dan krijg je vrijwel steevast te horen: dat zegt de “oppositie”. En daar de politieke definitie van corruptie is: “wanneer ik niet in de algemene pot kan graaien, maar de ander wel”, hecht ik niet zoveel waarde aan corruptiefabels. Wie bewijs heeft, gaat naar de politie. Die op haar beurt is verplicht nader onderzoek te doen. En als na zovele jaren roepen en zeker weten dat er zoveel gestolen is, nog niet één enkele rechtszaak begonnen is, kunnen we de zak met zout erbij halen.

Dat er op creatieve wijze gebruik is gemaakt van de comptabele wetgeving, dat is een andere zaak. De laatste mini ster die daarvoor is opgesloten was niet zo creatief en behoort(de) daarom al een poosje tot de illustere schare van Presidentiële adviseurs.

Maar het begrip “ oppositie” zit mij al een poos niet zo lekker dus begon ik aan kleine zoektocht. In de grondwet en de kiesregeling was er niets te vinden. Ook staatsrechtsgeleerden konden mij niet verder helpen. De meneer die na lang wachten als antwoord heeft gekregen dat zijn manier van rekenen achterhaald is, zegt dat oppositie betekend: tegenstand, tegenwerking. Of in politieke zin: de partijen welke tegen de regerende meerderheid zijn. En daar wij sinds 30 september 1987 hebben gekozen voor een zeer innovatief bestuurlijk stelsel waarbij het regeren wordt overgelaten aan de President en zijn werknemers, meer bekend als ministers, kan ik blijven zoeken.

Weerstand is nodig om in beweging te kunnen komen, af te kunnen remmen of om bij te sturen. Tegenstand is om te voorkomen dat beweging ontstaat of zich voortplant. Ontwikkelen is vooruitkomen, dus als een groepje mensen dat eens namens ons de beste keus mocht maken voor het hoofd van de regering, zichzelf DE “oppositie” noemt, dan is daarmee ook de stilstand die wij al jarenlang ervaren verklaard.

Dus tja, naar hen luisteren heeft enkel en alleen zin als je weer eens verlegen zit om wat amusement of vergeten bent hoe je iemand laat boeten voor je eigen zonden. En gelachen dat we hebben. Het Alternatief. Zo noemen zij zich. Het alternatief voor wat? Want dit alternatief was toch niet zo lang geleden de keus? En wat heeft deze keus ons eigenlijk opgeleverd? Tenslotte was er in 2005 eindelijk “puin geruimd”, hadden we een “stabiele koers” (wat is dat eigenlijk?) en een grote economische groei. Dan kon allemaal, want we vielen na 9-11 niet alleen met de neus in de boter maar de boter werd elke dag ook meer. Er hoefde daarom geen sap gedronken te worden maar gewoon een beetje voorzichtig met de centen om te worden gegaan.

In de wondere puinruimtijden werden nog wel even de meeste Universitaire studies van Anton terug gebracht van 4 naar 3 jaren. Mensen moet je immers niet slimmer maken, maar dommer. De Human Development Index is immers ook maar een overdreven graadmeter.  

Economische groei! Monetaire reserve! Dat zijn pas ontwikkelingskentallen! En hoe groter die zijn, hoe beter je er economisch bijstaat. Als grote jongens als de heren Moody en Fitch en mevrouw IMF dat vinden, dan ben je een hele stoere jongen als je door hen geprezen wordt. En wat doen stoere jongetjes? Die tonen daadkracht en onderhandelen met de vuist op tafel! Met als gevolg dat het grootste bedrijf ter wereld één van de kleinste landen ter wereld de rug toekeert.

Daarmee een 100 jarige bauxietindustrie vermoorden en alle snuffelende investeerders wegjagen? Ach ja, die industrie was toch al oud en genoeg investeerders staan te popelen om mee te mogen spelen. Nee, stoere jongens hebben “a billion dollar oil industry” en die behoort een raffinaderij te hebben. Dat er geen “billions of barrels” aan olie meer ligt, is “no problem”. Dan importeer je toch? Uit Ecuador bijvoorbeeld, dat ligt precies op alle vaarroutes. Bovendien. Straks is er veel olie van de zee en al kan deze vast en zeker geen diesel en benzine worden in de raffinaderij, who cares. Olie zat!

De keus van 2005 wist ook wel hoe overheidsfinanciën goed beheerd moesten worden. Dus toen in 2009 de groei verdampte, vanwege (hoe raadt u het) ingestorte prijzen voor aluinaarde, goud en olie, kregen we de implementatie van Fiso en een explosie van de overheidsuitgaven. En dat het ambtenaren apparaat ook meegroeide met de economie? Dat heet werkverschaffing en eerlijke verdeling van de koek.

Behalve de ontwikkeling van de mens vond de keus van toen ondernemerschap ook een bijzaak. Twee jaren moest er gemiddeld gewacht worden voordat een bedrijf eindelijk niet meer in oprichting was. Investeringswet? Overdreven allemaal. Ondernemers verdienen geld en kunnen daarom de hoogste prijzen voor alles betalen.

Er is een reden waarom de keus van toen niet meer de keus van nu is. De bevolking is niet gek. Surinamers zijn een hardwerkend volk, waarvan een aanzienlijk deel elke avond naar school gaat om meer kennis op te doen. En deze opgedane kennis maakte dat toen een paard zich aanbood om de ezel te vervangen voor het trekken van de kar, er natuurlijk voor het paard gekozen werd. Dat het paard een muilpaard bleek te zijn met sterke karaktereigenschappen van de vader, dat kan je de bevolking niet kwalijk nemen. Stel je eens voor: de keus van nu en die van toen besluiten om de handen ineen te slaan en samen te werken aan ons aller welzijn. Kijk, dan kan je alleen denken aan de film waarin Floyd zijn vriend Harry op sleeptouw neemt om de vrouw van zijn dromen een koffer met geld terug te bezorgen.

In een democratie is het volk de baas en zijn de gekozenen de werknemers.  En de baas moest maar eens ophouden zijn werknemers te kiezen uit dat wat maatschappelijk is komen boven drijven. De baas zou ook vooral eens zelf het werk moeten doen. Wie dat niet wil,  mag moe blijven en vooral gaan slapen om uit te rusten. Maar er is een deel van ons dat niet moe is, al heel lang niet geslapen heeft en dat nog lang niet van plan is. Dit deel is de generatie die het allemaal heeft gezien en in stilte heeft gewerkt aan haar eigen ontwikkeling en van haar omgeving.

Die niet alleen weet wat moet, maar ook hoe het moet en bewezen heeft dat zij het kan doen. Deze grotere generatie is al heel lang verenigd in gedachten en zal nu van zich laten horen.

Columnist: Rogier I. Cameron